Hoe kiest u tussen een Mobiliteitsbudget met of zonder pijler 1?
- Thierry Devresse

- 3 uur geleden
- 3 minuten om te lezen

Bij de invoering van een Mobiliteitsbudget is één van de belangrijkste beslissingen of u pijler 1 al dan niet openstelt. Pijler 1 biedt werknemers de mogelijkheid om een bedrijfswagen op te nemen binnen hun Mobiliteitsbudget.
Er bestaat geen universeel juiste keuze. Beide benaderingen hebben voordelen en aandachtspunten. De juiste keuze hangt voornamelijk af van de doelstellingen van de onderneming, het profiel van de medewerkers en de mate van flexibiliteit die men wil aanbieden.
Wat is pijler 1 precies?
Vooreerst is het belangrijk te begrijpen dat het Mobiliteitsbudget een keuze is die aan de werknemer wordt aangeboden. Het schaft de klassieke bedrijfswagen niet af en neemt geen bestaande rechten weg.
Het systeem voegt eenvoudigweg een alternatief toe: een Mobiliteitsbudget waarin de werknemer er al dan niet voor kan kiezen om een goedkopere bedrijfswagen te nemen dan de wagen waarop hij of zij normaal recht heeft. Deze wagen wordt de pijler 1-wagen genoemd.
Indien de werknemer geen goedkopere bedrijfswagen wenst, kan hij of zij eenvoudig de klassieke bedrijfswagen behouden buiten het Mobiliteitsbudget.
Wanneer wordt pijler 1 gebruikt?
Pijler 1 wordt enkel gebruikt wanneer aan twee voorwaarden is voldaan. De begunstigde van het Mobiliteitsbudget moet:
Een bedrijfswagen willen behouden;
Bereid zijn om een goedkopere bedrijfswagen te kiezen zodat een deel van het vrijgekomen budget kan worden gebruikt voor andere mobiliteitsoplossingen zoals openbaar vervoer, één of meerdere fietsen, taxidiensten, een huurwagen tijdens de vakantie, huisvestingskosten enzovoort.
De praktijk leert dat minder dan 10% van de gebruikers van het Mobiliteitsbudget effectief voor pijler 1 kiest.
Wanneer aan deze voorwaarden niet wordt voldaan, kiest de werknemer doorgaans voor één van de volgende oplossingen:
Een klassieke bedrijfswagen zonder Mobiliteitsbudget;
Een Mobiliteitsbudget zonder pijler 1, met of zonder privéwagen.
Waarom kiezen voor een Mobiliteitsbudget met pijler 1?
1. Een volledig mobiliteitsaanbod voor alle werknemers
Door pijler 1 op te nemen, kan de gebruiker van het Mobiliteitsbudget zelf bepalen welk deel van het budget wordt besteed aan een bedrijfswagen en welk deel aan andere mobiliteitsoplossingen.
Hoe uitgebreider het aanbod, hoe flexibeler het systeem. Deze flexibiliteit bevordert doorgaans de acceptatie van het Mobiliteitsbudget binnen de onderneming.
2. De ecologische transitie ondersteunen
Alle voertuigen die vandaag binnen pijler 1 worden aangeboden, zijn 100% elektrisch.
Wanneer een werknemer daarentegen een voertuig aankoopt met privébudget, bestaat de kans nog steeds dat hij of zij kiest voor een voertuig met verbrandingsmotor.
De openstelling van pijler 1 kan dus bijdragen tot een snellere overstap naar schonere voertuigen en de milieudoelstellingen van ondernemingen ondersteunen.
3. Een eenvoudig en begrijpelijk principe
Voor veel werknemers is de logica eenvoudig:
"Ik heb een budget en ik kies zelf hoe ik het gebruik."
Dit principe is vaak gemakkelijker te begrijpen en te aanvaarden dan:
"Ik heb een budget, maar bepaalde keuzes zijn uitgesloten."
4. Meteen de juiste keuzes maken
De ervaring leert dat veel ondernemingen die pijler 1 aanvankelijk gesloten houden, deze na één of twee jaar alsnog openen om tegemoet te komen aan de behoeften van bepaalde werknemers.
Door pijler 1 onmiddellijk open te stellen, kan een latere herziening van het mobiliteitsbeleid soms worden vermeden.
Waarom kiezen voor een Mobiliteitsbudget zonder pijler 1?
1. Een eenvoudigere implementatie van het Mobiliteitsbudget
Het bepalen van de voorwaarden voor het gebruik van pijler 1 gebeurt bij voorkeur met de ondersteuning van een ervaren consultant.
Door pijler 1 gesloten te houden, kan een onderneming doorgaans één tot twee werkdagen besparen tijdens de implementatie van het Mobiliteitsbudget.
2. Een eenvoudigere voertuigadministratie
Voertuigen binnen pijler 1 zijn onderworpen aan specifieke wettelijke regels die soms strenger zijn dan de regels voor klassieke bedrijfswagens.
Hoewel sommige moeilijkheden in de praktijk pragmatisch kunnen worden opgelost, voelen niet alle ondernemingen zich comfortabel bij deze aanpak en verkiezen zij een strikte toepassing van de wetgeving.
3. Vermijden van een extra voertuigcategorie
In sommige ondernemingen beschikken werknemers reeds over de goedkoopste voertuigcategorie binnen de car policy.
Door pijler 1 gesloten te houden, hoeft er geen bijkomende instapcategorie te worden gecreëerd, waardoor de bestaande car policy eenvoudiger blijft.
4. Wachten op toekomstige wetswijzigingen
Het is waarschijnlijk dat toekomstige wijzigingen aan de Mobiliteitsbudgetwetgeving bepaalde regels rond pijler 1 zullen vereenvoudigen.
Sommige ondernemingen verkiezen daarom te wachten met de openstelling van pijler 1 totdat deze vereenvoudigingen van kracht worden.
Conclusie
Pijler 1 vervangt de klassieke bedrijfswagen niet en is slechts relevant voor een minderheid van de gebruikers van het Mobiliteitsbudget.
Kiezen voor een Mobiliteitsbudget met pijler 1 biedt werknemers meer flexibiliteit en keuzevrijheid en ondersteunt tegelijkertijd de elektrificatie van het wagenpark.
Kiezen voor een Mobiliteitsbudget zonder pijler 1 vereenvoudigt de implementatie en het beheer van het systeem, wat voor bepaalde organisaties een belangrijk voordeel kan zijn.
De juiste keuze hangt daarom vooral af van de doelstellingen van de onderneming, haar maturiteit op het vlak van mobiliteit en de mate van flexibiliteit die zij haar medewerkers wenst te bieden.



Opmerkingen